De legende van de gouden beer

Ik heb je in mijn boek al verteld dat ik de geboorte van onze vierling nauwelijks kon verwerken. De meisjes waren, toen zij ter wereld kwamen, nog niet helemaal volgroeid. En daarom moesten zij na aankomst zo snel mogelijk in een couveuse gedropt worden. Doordat ik geestelijk en moreel even helemaal de weg kwijt was kan ik mij nu niet meer goed herinneren wat er werkelijk met hen en om mij heen gebeurd is.

Voor zover ik weet zijn de meisjes per ambulance naar het veterinaire ziekenhuis De Heidebloem in Nooitgedacht overgebracht. Deze instelling was volgens Barteld beter geschikt voor de opvang van ééneiige meerlingen dan de reguliere ziekenhuizen in ons land. En daarnaast was dit gespecialiseerde bedrijf ook meer dan de helft goedkoper dan de rest. Zij werden in een couveuse gelegd die berekend was op de opvang van vier pasgeboren mestkalfjes. Onze meisjes hadden dus behoorlijk veel ruimte ter beschikking. Zou je denken. Maar neen hoor. Dat vonden zij dus niet.

Al na een dag of drie vochten GG & GG elkander op zeer fanatieke wijze de couveuse uit. Met felle en geniepige blikjes in de oogjes. Hier gold zeer duidelijk het recht van de sterkste. Ik denk dat dit gedrag het gevolg was van het feit dat de dames geruime tijd met elkaar in één eitje opgesloten hadden gezeten. Dan ben je wel even op elkander uitgekeken. (Met het plaatsen van deze begripvolle kanttekening mijnerzijds probeer ik hun gedrag echt niet, als hun moeder zijnde, met terugwerkende kracht goed te praten. Want zo ben ik niet).

In de categorie vrij worstelen won Gratje het steeds van Grietje. Maar Geesje en Geertje gunden Gratje de overwinning en het licht in de oogjes niet. En daarom steunden zij Grietje door zich te pas en te onpas gezamenlijk bovenop Gratje te storten. Niet beseffende, en steeds ook weer vergetende, dat Gratje de enige van de vier was die toen al  twee haarscherpe melktandjes in haar schattige mondje had. Een dna-kenmerkje van haar vader. Die had dat bij zijn geboorte ook en dat heeft mijn schoonmoeder geweten.Je begrijpt het waarschijnlijk al. Dit kon zo niet langer doorgaan. Maar goede raad was duur. Dergelijk opmerkelijk gedrag was men in De Heidebloem niet van kalfjes gewend. Men stond er dan ook met de handen in het haar naar te kijken. Maar daadwerkelijk deed men er niets aan.

Uiteindelijk kwam de directeur met het voorstel om er een wetenschappelijk-verantwoorde studie van drie maanden aan te wijden zodat er daarna over een plan van aanpak zou kunnen worden nagedacht. Ik was het daar niet mee eens. Wanneer het stelletje namelijk drie maanden lang op deze manier zou doorvechten dan zou de mooie couveuse van De Heidebloem onherstelbaar beschadigd zijn. En dan zouden wij daarnaast hooguit nog over een tweeling hebben kunnen en mogen beschikken. Zeker twee van de vier zouden het niet overleefd hebben.

Gelukkig wist Barteld een betere en veel snellere oplossing te bedenken. Hij timmerde, zaagde en sleutelde binnen twee dagen een veel grotere couveuse in elkaar. Het hoekige gevaarte was voorzien van mee-verende tussenschotten die bekleed waren met mintgroene stootkussentjes met lavendelbloesem er in. Maar helaas.

Meteen nadat wij de vierling er voorzichtig ingegooid hadden hervatten zij hun onderlinge strijd. De meisjes konden elkaar nu gelukkig niet meer lijfelijk beschadigen. Maar wel konden zij uit volle borst vierstemmige liederen ten gehore brengen die helaas op geen enkel moment tot de vorming van aanvaardbare harmonieuze klankpatronen leidden. Kortom. Hun fanatieke gekrijs was niet om aan te horen.

Mijn ega probeerde de geluidssterkte eerst nog te dempen met een zware branddeken waarin hij enkele luchtgaatjes had aangebracht. Die werd door hem over de couveuse heen gevleid. Het gezang klonk nu gedempt. En op een bepaald moment werd het zelfs hoopgevend stil in de veredelde kweekbak. Maar al snel bleek toen dat de meisjes blauw waren aangelopen vanwege een gebrek aan frisse lucht en dito zuurstof, hetgeen zeer waarschijnlijk niet de bedoeling van Barteld is geweest. Hoewel ik dat, achteraf beschouwd, niet met zekerheid durf te stellen. Maar goed. Iedereen begreep toen dus wel dat men zelfs een vals-jammerend zangkoortje niet in de kiem dient te smoren. Schone kunsten worden slechts in vrijheid geboren. Of zoiets dergelijks.

Veterinair-hoofdzuster Bieneke Biedermeyer heeft aan dit gezang helaas een blijvende gehoorbeschadiging overgehouden. En zij heeft ook enkele weken in voorarrest gezeten omdat zij tijdens een nachtdienst getracht zou hebben om de goed geoutilleerde couveuse als zoetwater-aquarium in te richten. Hetgeen volgens het Openbaar Ministerie uiteindelijk niet bewezen kon worden. Want de aanwezigheid van een aantal snelgroeiende plantaardige bodembedekkers en ook van vier volwassen piranha’s in een grote vaas met rivierwater in haar personeelskastje kon niet als sluitend juridisch bewijs tegen haar worden ingebracht of aangevoerd. Hetgeen, gelet op de letters van de wet, helaas juist is. Zij werd derhalve op vrije voeten gesteld.

 Ik had en heb er echter zo mijn bedenkingen bij. Want welke fatsoenlijke hoofdzuster houdt er nu piranha´s op de werkvloer? Maar ach. Ik zal hier verder maar geen ouwe koeien  uit de sloot gaan halen. En dit alles behoort uiteraard al lang vergeten en vergeven te zijn. Maar onze meisjes hadden dus op een gegeven ogenblik wel waterplantjes achter de oortjes. En dat is toch vreemd al zeg ik het zelf. Ik heb zuster Biedermeyer er  persoonlijk op aangesproken. Maar zij wees daarbij lichtelijk grijnzend op haar beide oren waarmee zij schijnbaar wilde aangeven dat zij mij niet kon verstaan. Op mijn rechtstreekse vraag; of zij wellicht wel eens overwogen had om onze dochtertjes op illegale wijze zwemles te geven antwoordde zij doodgemoedereerd dat het vandaag inderdaad mooi weer was. Je begrijpt dat ik het er toen verder maar bij heb laten zitten.  

Voor Barteld en mij was het overigens erg moeilijk om telkens weer opnieuw te bepalen wie er nu eigenlijk wie was van de vier. Vooral nadat Gratje haar gevechtstandjes zomaar opeens was kwijtgeraakt en de verwondingen in de gelaatjes van de andere drie geheeld waren. Eeneiige vierlingen zijn niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Toen zij kleuters waren droegen zij polsbandjes met hun naam er op. Maar later werkte dat niet meer omdat zij de bandjes onderling verwisselden als hen dat beter uitkwam. Zij weigerden unaniem om werkbare vormen van persoonlijke identificatie via hun kleding mogelijk te maken. Nee hoor. Dat mocht niet. Ze droegen altijd alleen maar uniforme outfitjes. En als ik af en toe toch eens een poging deed om aan hun kleding of uiterlijk een persoonlijk tintje mee te geven dan gingen zij spontaan in staking. Dan weigerden zij te eten en te drinken. Zij wisten dat ik dan na een dag of vier toch wel zou toegeven om gedonder met de kinderbescherming te voorkomen.

Wist je trouwens dat wanneer je een oortje van een lid van een eeneiige vriendinnenclub stevig vastpakt en het dan hardhandig omdraait, dat dan meteen alle oortjes van zo'n groepje in de zelfde richting gaan staan? Een merkwaardig geval van saamhorigheid. Soms vond ik het maar een vreemd stelletje. Maar misschien was het al met al minder erg dan ik mij er nu nog van meen te herinneren.  

Barteld heeft wel eens beweerd dat ik na de geboorte heel lang niet aanspreekbaar ben geweest en dat ik zelfs wekenlang kunstmatig in coma ben gehouden. Wellicht klopt dat. Ik kan dit alles dus gefantaseerd hebben. Maar als ik de inmiddels ruim negentigjarige mevrouw Biedermeyer ergens tegenkom dan doet zij nog altijd alsof zij stokdoof is. En als dat geen bewijs is, betreffende het waarheidsgehalte van mijn verslag, dan weet ik het ook niet meer.





het-couveuseverhaal